Deze begrippenlijst legt veelgebruikte woorden over de spijsvertering en darmgezondheid van honden uit. De definities zijn bedoeld als oriëntatie. Ze stellen geen diagnose en vervangen geen advies van een dierenarts.
Acute diarree
Diarree die plots ontstaat en relatief kort aanwezig is. Ernst wordt niet alleen bepaald door de ontlasting, maar ook door alertheid, hydratatie, bloedsomloop, braken en andere systemische signalen.
Anaalklieren
Twee anaalkzakjes naast de anus die sterk ruikende afscheiding bevatten. Ze kunnen gevuld, ontstoken, geïnfecteerd of geabcedeerd raken. Sleetje rijden is een mogelijk signaal, maar geen diagnose.
Antigeentest
Een test die specifieke bestanddelen van een ziekteverwekker probeert aan te tonen. Bij fecale diagnostiek kan een antigeentest deel uitmaken van onderzoek naar bijvoorbeeld Giardia.
Antibioticum
Een geneesmiddel dat tegen gevoelige bacteriën werkt. Antibiotica zijn niet nodig bij iedere diarree en kunnen het darmmicrobioom beïnvloeden. Gebruik ze alleen volgens voorschrift.
Biopt
Een klein stukje weefsel dat voor microscopisch onderzoek wordt afgenomen. Bij chronische darmklachten kunnen biopten tijdens endoscopie worden verzameld.
Cobalamine
Vitamine B12. Een lage waarde kan voorkomen bij bepaalde chronische darm- of alvleesklierproblemen. De dierenarts interpreteert de uitslag samen met andere bevindingen.
Colon
De dikke darm. Irritatie van de dikke darm kan samengaan met vaker kleine hoeveelheden ontlasting, aandrang, persen, slijm en vers rood bloed.
Coprofagie
Het eten van ontlasting. Dit kan gedragsmatig zijn, maar soms spelen medische of voedingsgerelateerde factoren mee. Het bewijst geen vitaminetekort of dysbiose.
Darmbarrière
De fysieke en functionele grens tussen darminhoud en het lichaam. Darmcellen, verbindingen tussen cellen, slijm en afweercomponenten dragen eraan bij.
Darmflora
De bekende verzamelnaam voor micro-organismen in het darmstelsel. De term darmmicrobioom is breder en omvat ook hun genetisch materiaal, functies en interacties.
Darmmicrobioom
De gemeenschap van micro-organismen in de darm, samen met hun genetisch materiaal, functies en wisselwerking met voeding, darmwand en afweer.
Diarree
Ontlasting met meer water dan normaal, vaak samen met hogere frequentie of aandrang. Diarree is een symptoom met veel mogelijke oorzaken.
Dysbiose
Een ongunstige verandering in samenstelling of functie van het microbiële ecosysteem. Dysbiose is geen zelfstandige thuisdiagnose en kan oorzaak, gevolg of onderdeel van ziekte zijn.
Eliminatiedieet
Een strikt dieettraject met een zorgvuldig gekozen nieuwe of gehydrolyseerde eiwitbron. Het wordt gebruikt om een mogelijke voedselreactie te onderzoeken. Een gecontroleerde herintroductie is vaak nodig.
Endoscopie
Onderzoek waarbij een flexibele camera in het maag-darmstelsel wordt gebracht. De dierenarts kan het slijmvlies bekijken en biopten nemen.
Enteropathie
Een algemene term voor een aandoening van de darm. Chronische enteropathie omvat verschillende langdurige darmproblemen en is niet hetzelfde als één specifieke diagnose.
Fecaal onderzoek
Onderzoek van ontlasting. Afhankelijk van de vraag worden microscopie, flotatie, antigeentesten, PCR of andere methoden gebruikt.
Fermentatie
Verwerking van voedingsbestanddelen door micro-organismen. Bij fermentatie van bepaalde vezels ontstaan onder meer korte-ketenvetzuren en gassen.
FOS
Fructo-oligosachariden. Dit zijn fermenteerbare koolhydraten die in bepaalde contexten als prebioticum worden gebruikt. Effect en verdraagbaarheid hangen af van dosis en product.
Giardia
Een eencellige darmparasiet die bij honden zachte of wisselende diarree kan veroorzaken. Sommige besmette honden hebben weinig klachten. Gerichte fecale diagnostiek is nodig.
Gehydrolyseerd eiwit
Eiwit dat in kleinere fragmenten is gesplitst. Gehydrolyseerde voedingen kunnen deel uitmaken van een eliminatiedieet, maar verschillen in samenstelling en mate van hydrolyse.
Hematochezie
Vers rood bloed bij of in de ontlasting. Het komt meestal uit het lagere maag-darmkanaal of de anale zone. De hoeveelheid en algemene toestand bepalen mee de urgentie.
Inuline
Een fermenteerbare vezel die door bepaalde darmmicro-organismen kan worden gebruikt. Te veel of te snel toevoegen kan gas of ongemak geven.
Korte-ketenvetzuren
Metabolieten die onder meer ontstaan wanneer darmbacteriën fermenteerbare vezels verwerken. Voorbeelden zijn acetaat, propionaat en butyraat.
Melena
Zwarte, plakkerige en teerachtige ontlasting die verteerd bloed kan bevatten. Vermoedelijke melena vraagt snelle veterinaire beoordeling.
Metaboliet
Een stof die tijdens stofwisseling wordt gevormd of gebruikt. Darmbacteriën produceren verschillende metabolieten uit voedingsbestanddelen.
Microbiometest
Een test die microbiële samenstelling of geselecteerde markers in bijvoorbeeld ontlasting onderzoekt. De klinische waarde hangt af van validatie, vraagstelling en interpretatie.
MOS
Mannan-oligosachariden. Koolhydraatstructuren uit onder meer gistcelwanden die in diervoeding worden gebruikt. Een ingrediëntnaam alleen bewijst geen klinisch effect.
Obstipatie
Moeilijk, weinig of niet kunnen ontlasten, vaak met harde of droge ontlasting. Herhaald persen zonder resultaat, pijn of braken vraagt beoordeling.
Pectine
Een oplosbare en fermenteerbare vezel uit plantaardig materiaal. Eigenschappen en effect hangen af van totale voeding en hoeveelheid.
Postbioticum
Een preparaat van niet-levende micro-organismen en hun componenten dat bij toediening in voldoende hoeveelheid een aangetoond gezondheidsvoordeel geeft. Niet ieder geïnactiveerd ingrediënt voldoet automatisch aan deze definitie.
Prebioticum
Een substraat dat selectief door micro-organismen wordt gebruikt en een gezondheidsvoordeel geeft. Niet iedere voedingsvezel is automatisch een bewezen prebioticum.
Probioticum
Levende micro-organismen die in voldoende hoeveelheid een gezondheidsvoordeel geven. Het bewijs is vaak stam-, dosis- en productspecifiek.
Provocatie
Gecontroleerde herintroductie van eerdere voeding na een eliminatiedieet. Terugkeer van klachten kan helpen om een voedselreactie te bevestigen. Dit gebeurt volgens een veilig plan.
Psyllium
Een gelvormende vezel uit vlozaad. Ze kan water binden en de ontlastingsconsistentie beïnvloeden. Dosering en voldoende vocht zijn belangrijk.
Regurgitatie
Passief terugkomen van voedsel of vloeistof uit de slokdarm, meestal zonder duidelijke buikpers. Dit verschilt van braken en vraagt een andere diagnostische benadering.
Systemische signalen
Tekenen dat meer dan alleen de ontlasting is beïnvloed, zoals sufheid, koorts, uitdroging, zwakte of instabiele bloedsomloop. Ze wegen zwaar bij de beoordeling van acute diarree.
Voedselallergie
Een ongewenste immunologische reactie op een voedingsbestanddeel. Symptomen alleen maken geen onderscheid met intolerantie of andere oorzaken.
Voedselintolerantie
Een ongewenste reactie op voeding zonder hetzelfde immunologische mechanisme als allergie. Diagnose vraagt een zorgvuldig voedings- en eliminatietraject.
Volledige voeding
Diervoeding die bij gebruik volgens de aanwijzingen alle benodigde voedingsstoffen voor de bedoelde levensfase levert. Een aanvullende voeding of supplement is niet volledig.
Ziekteverwekker
Een micro-organisme of parasiet dat ziekte kan veroorzaken. Aanwezigheid in een test moet samen met klachten en context worden geïnterpreteerd.
Verder lezen
- Darmgezondheid bij honden
- Darmflora en microbioom
- Diagnose en testen
- Voeding voor darmgezondheid
- Wanneer naar de dierenarts
Bronnen
- Hill C, Guarner F, Reid G, et al. Expert consensus document on the term probiotic. 2014. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24912386/
- Gibson GR, Hutkins R, Sanders ME, et al. Expert consensus on the definition and scope of prebiotics. 2017. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28611480/
- Salminen S, Collado MC, Endo A, et al. Consensus statement on the definition and scope of postbiotics. 2021. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33948025/
- Pilla R, Suchodolski JS. The Role of the Canine Gut Microbiome and Metabolome. 2020. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31993446/
- WSAVA en ENOVAT. Guidelines for Antimicrobial Use in Canine Acute Diarrhoea. 2025. https://wsava.org/wp-content/uploads/2025/02/Canine-acute-diarrhea_V11.pdf
Auteur: Hondonline-redactie
Medisch nagekeken door: dierenarts T. Van der Aarden